Nederland heeft geen Bourgondiƫ, geen Toscane en geen eeuwenoude wijngaarden die van generatie op generatie worden doorgegeven. Wat we wel hebben, is een land van handelaren, en dat verklaart voor een groot deel waarom wijn hier al eeuwen een vaste plek heeft, ondanks dat we het zelf nauwelijks verbouwen.
Een land van import, geen wijnland
Al sinds de tijd van de VOC en de Hanze voeren Nederlandse handelaren wijn aan uit heel Europa. Rotterdam en Amsterdam groeiden uit tot belangrijke doorvoerhavens voor wijn uit Frankrijk, Spanje en Portugal. Nederlanders dronken dus al eeuwenlang wijn, alleen kwam vrijwel niets ervan van eigen bodem. Die rol als handelsland heeft de kijk op wijn hier altijd gekleurd: praktisch, nieuwsgierig naar wat er van buiten komt, en niet gehinderd door een eigen traditie om aan vast te houden.
Van chique gelegenheid naar dagelijks glas
Lang was wijn in Nederland iets voor bijzondere gelegenheden. Bier was de gewone drank, wijn kwam op tafel bij een verjaardag of een etentje. Dat beeld is de afgelopen decennia stevig veranderd. Wijn schuift steeds vaker gewoon aan bij een doordeweekse maaltijd, en de supermarktschappen zijn inmiddels net zo internationaal als de wijnkaart van een restaurant.
De opkomst van de wijnliefhebber zonder pretentie
Waar wijn kennis lange tijd iets was voor een select groepje kenners, is er de laatste jaren een hele generatie bijgekomen die wijn drinkt zonder zich druk te maken over etiketten of jaartallen. Deze groep, vaak tussen de twintig en vijftig, is nieuwsgierig, wil ontdekken, en drinkt net zo makkelijk een natuurwijn van een klein Frans huis als een vertrouwde fles uit de supermarkt. Voor hen draait wijn om plezier en ontdekken, niet om status.
Een voorzichtige eigen wijnbouw
Klimaatverandering heeft er onbedoeld voor gezorgd dat wijnbouw in Nederland niet langer een curiositeit is. Op steeds meer plekken, van de heuvels in Zuid Limburg tot kleinere percelen in Gelderland en Zeeland, proberen wijnboeren of het klimaat inmiddels geschikt genoeg is voor een fatsoenlijke fles. De volumes blijven klein en de bekendheid is nog beperkt, maar het past wel bij het beeld van een land dat wijn met open armen ontvangt, zelfs als het die zelf moet leren maken.
Van slijterij naar festivalvloer
Precies die groep heeft de wijnfestivalcultuur in Nederland groot gemaakt. Waar je vroeger een fles kocht en thuis opende, wil deze generatie de wijn ook beleven: proeven tussen andere mensen, in gesprek met de wijnmaker, met muziek en eten erbij. Wijnfestivals door het hele land spelen daarop in, van kleine kerkproeverijen tot grote weekenden in het park.
Nacht van de Wijn past precies in die ontwikkeling, maar dan op een andere manier dan de meeste festivals. In plaats van een middag in een park kiest het festival voor drie volle dagen in de Werkspoorkathedraal in Utrecht, met meer dan tweehonderd open wijnen, een festivalrestaurant en een hoofdpodium. Het is minder een nette proeverij en meer een avond uit, precies wat bij deze nieuwe generatie wijnliefhebbers past.
Waar de Nederlandse wijncultuur naartoe gaat
- Meer aandacht voor kleine, onafhankelijke producenten in plaats van alleen de grote bekende namen.
- Een groeiende, kleine Nederlandse wijnbouw, met wijngaarden in bijvoorbeeld Limburg en Gelderland.
- Wijn als onderdeel van een avond uit, in plaats van alleen iets voor bij het eten.
- Festivals en proeverijen die de drempel verlagen voor wie nog niet veel van wijn weet.
Nederland zal nooit een wijnland worden zoals Frankrijk of Italiƫ, en dat hoeft ook niet. Waar we wel goed in zijn, is het importeren, combineren en vieren van wijn uit de hele wereld. Kom je dat zelf ervaren, bekijk dan de wijnhuizen die meedoen aan editie 7 en proef zelf waar deze festivalgeneratie zo enthousiast van wordt.