Vraag tien mensen of ze liever rode of witte wijn drinken, en je krijgt tien stellige antwoorden. Toch is de vraag eigenlijk verkeerd gesteld. Rood en wit zijn geen tegenpolen waarbij je een kant moet kiezen, maar twee gereedschappen die allebei hun eigen moment hebben. Wie dat doorheeft, twijfelt nooit meer bij het maken van een keuze.
Waar het verschil vandaan komt
Het verschil tussen rood en wit zit hem vooral in de schil van de druif. Bij rode wijn blijft de schil tijdens het gistingsproces bij het sap, waardoor kleur, tannine en een steviger karakter ontstaan. Bij witte wijn gaat de schil er vroeg uit, wat een lichtere, frissere wijn oplevert. Die tannine, het droge gevoel dat je in je mond voelt bij een stevige rode wijn, is meteen ook de reden waarom rood en wit zich zo anders gedragen bij eten en op verschillende momenten van de dag.
Wanneer witte wijn wint
Witte wijn is de logische keuze op een warme middag, bij een lichte lunch, of simpelweg als je zin hebt in iets fris. De meeste witte wijnen serveer je gekoeld, wat ze extra verfrissend maakt. Ook bij vis, schaaldieren en lichte gerechten is wit vaak de veiligere keuze, al is dat zeker geen harde regel.
Wanneer rode wijn wint
Rode wijn hoort bij de avond, bij stevigere gerechten, en bij momenten waarop je iets meer tijd neemt. Een goed glas rood past bij een lang diner, bij kaas, of gewoon bij een avond op de bank als de temperatuur daalt. Het is een wijn die vraagt om aandacht, in plaats van er zomaar even bij te drinken.
Wat je gehemelte je vertelt
Let de volgende keer eens bewust op wat er in je mond gebeurt bij een slok rode wijn. Voel je een droog, bijna schurend gevoel op je tandvlees, dan proef je tannine, afkomstig van de schil en de pitten van de druif. Bij witte wijn ontbreekt dat gevoel meestal, en voel je eerder een fris, soms bijna prikkelend gevoel op je tong door het zuur. Geen van beide is beter, het zijn simpelweg twee verschillende ervaringen, en welke jij prettiger vindt, zegt vooral iets over jouw smaak, niet over hoeveel je van wijn weet.
Een derde optie die vaak wordt vergeten
Tussen rood en wit in zit rosé, en die kleur verdient meer krediet dan hij vaak krijgt. Een goede rosé combineert de frisheid van wit met net iets meer lichaam, en past daardoor op verrassend veel momenten, van een terras in de zon tot een lichte maaltijd in de avond.
Speelt het glas echt een rol
Wijnkenners zullen zweren bij een ander glas voor elke druif, maar voor thuisgebruik is dat zelden nodig. Belangrijker is het verschil tussen een breed glas voor rode wijn en een smaller glas voor wit. Het bredere glas voor rood laat meer lucht bij de wijn, waardoor de geur zich beter ontvouwt, terwijl een smaller glas voor wit de temperatuur langer laag houdt. Heb je maar één soort glas in huis, maak je daar geen zorgen om. De wijn proef je nog steeds prima, het glas is een verfijning, geen voorwaarde.
Zo kies je zonder erover na te denken
- Overdag, buiten, of bij vis: wit of rosé.
- In de avond, bij stevig eten, of gewoon om lekker lang van te genieten: rood.
- Twijfel je nog: vraag een sommelier of bartender wat ze zelf zouden schenken bij het moment dat jij beschrijft.
Het beste bewijs: ze naast elkaar proeven
De snelste manier om erachter te komen wat jij fijn vindt, is door rood en wit gewoon naast elkaar te proeven. Op Nacht van de Wijn staan meer dan tweehonderd open wijnen klaar, van fris en licht tot stevig en vol, verspreid over drie dagen in de Werkspoorkathedraal in Utrecht. Loop van bar naar bar, vergelijk gerust een rode en een witte wijn naast elkaar, en ontdek wat bij jouw avond past. Bekijk de wijnhuizen die meedoen om vast te zien wat je kunt verwachten.